PHILIPS LAB SERIES                  HIGH-END VERSTERKER 22AH578 

-

.

Boven:

Deelopname van een Lab set-opstelling in de audioruimte je bemerkt hier de voorversterker '572' en één van de twee erop aangesloten eindversterkers '578'

Hiernaast:

Frequentiecurves van de '578' 

Onder:                                  '22AH578'  in frontaal close-up

(Opname tijdens een storing van het L-kanaal)

.

               PHILIPS Lab series                HIGH-END VERSTERKER 22AH578


Technische gegevens Philips LAB-series 22AH578:

Continu vermogen: 210 Watt effectief per kanaal aan 8 Ohm

Bandbreedte: 20 Hz - 50 000 Hz met een perfecte sinusweergave van 5 tot 200 000Hz (!) gemeten met geijkte wave generator op een 22AH578 van, op dat moment, +-35 jaar oud.

Gewicht: 28,6 kg

Een bijna rechtlijnige weergavegrafiek tussen 10 en 50 000 Hz.

Let ook op de maximale output eerder grenzend aan 250 Watt/kanaal, duidelijk meer dan de opgegeven 210 Watt/kanaal !

Opletten dus hoe ver je de volumeknop van de voorversterker opendraait... dit wildebeest laat je best niet vrij!

The birth of a legend...  in een boeiend verhaal....

Het is eind seventies als Philips zijn oog laat vallen op het Amerikaanse MAGNAVOX. In de Lab-reeks was de eerste en enige versterker opgenomen waarmee de nieuwe dochteronderneming werd belast: deze totaal nieuwe apparaten werden specifiek toegespitst op de verovering van de Amerikaanse markt. Een imponerend drieluik kwam van de tekentafel,; Een tuner, een voorversterker en een eindversterker zagen het daglicht: respectievelijk met de typenummers 22AH673, 22AH572, 22AH578. Ze werden ondergebracht onder de familienaam: PHILIPS LAB(oratories)-serie.

De volgende ingenieurs hadden de hand in de ontwikkeling van de  3 voornaamste toestellen:

Joe Nicolosi was de ingenieur die de tuner ontwierp, de preamp is ontsproten uit het brein van ingenieur Don McConnel en ingenieur Earl Rap had de eindversterker onder zijn hoede.

 

Het Lab-trio was en is nog steeds even indrukwekkend op elk gebied en had als voornaamste doel: de verovering van nieuwe horizonten, met name de Amerikaanse markt. De versterker moest een effectief vermogen van minimum 200 Watt per kanaal genereren... dat was geen klein bier! De ontwerper berekende uitgangen van royaal 210 Watt/kanaal want 200 Watt is geen 190 Watt... je verliest al gauw wat "elektronendruk" als je hier en daar een extra weerstandje of een zwaarder exemplaartje moet solderen om een "scheef" zaakje recht te trekken. Alles werd ruim ingeschat. Ook zo verging het met de afmetingen van de "carrosserie". Bij een eerste blik op een opgestapelde set overvalt je een 'wat-is-me-dat-gevoel'. Ik heb in de nabijheid van de Lab-set lange tijd een Kenwood KA-5700 staan gehad. Alle apparatuur, die in de buurt van een Lab-set staat, zinkt in het niet. Het is niet zo, dat de "kist" van een 22AH578 boordevol met componenten zit. De kritische afstand tussen de kolossale voedingstrafo en de prints is nauwkeurig in de gaten gehouden, om bromeffecten ten gevolge van inductie in de kiem te smoren.

Aanbevolen luidsprekers volgens  PHILIPS' promotiefolder uit 1979:  22AH468 - 22AH586 - 22AH587 - 22AH545

De LAB-reeks was me nog onbekend tot in 2009, toen ik surfend op het web tegen de indrukwekkende aanblik van zo'n 'Lab-tower' aanbotste. Enkele maanden later kwam ik op een webforum tot mijn verbazing de ontwerper van de eindversterker tegen. Mijn nieuwsgierigheid pruttelde over de rand. Ik wou die Amerikaan eens uit zijn tent mailen...

Hij drukte vooral zijn verwondering uit over de hype die ontstaan is rond de Lab-reeks, bijzonder voor de versterker 22AH578. Hij had jammer genoeg enkele jaren geleden alle schema's met het huisvuil meegegeven, niets vermoedend van de groeiende hifi-vintage-rage in Europa. Het waren net die schema's die ik nodig had omdat de eerste twee '578's' die ik aanschafte identieke problemen vertoonden. Korte tijd later vond ik die "22AH578 service manuals" bij "MFB-Freaks", gratis zelfs, waarvoor mijn oprechte dank!

Ik deel één van de mails met je die ik van Earl Rap, de ontwerper van de notoire 22AH578, kreeg toegestuurd. Bij dit ontwerp - zo schreef hij - baseerde hij zich hoofdzakelijk op "application notes" (toepassings- of ontwerpschema's) van Motorola. Hierna volgt zijn mail.

Hello Eddy,

While I can't autograph your equipment, I am sending you a current picture of me and my Indiana home as attachments. After 30 years as a an electronic design engineer and component engineer, I studied for the ministry and then led Sunday workship services at nursing homes. I am presently 68 and retired.

When I designed the amplifier, I was not involved with speakers except for some listening tests in our sound room. I don't know much about the sales and marketing of the Philips products.

One thing I can tell you is that I designed the 200 watt/channel amplifier to deliver a good 210 watts/channel so the customer would be assured of a clean 200 watts/channel. Well, when marketing learned this, they began marketing the amplifier as 210 watts/channel. I am not familiar with any other Philips amplifiers that may have been developed. The 22AH578 was the only amplifier that we designed in the Fort Wayne, Indiana Magnavox facility.

I was not involved in the tuner and preamp design. Joe Nicolosi was the design engineer for the tuner and Don McConnel was the design engineer for the preamp.

Earl Rap              

Zoals ik al vertelde, kocht ik in het najaar van 2010 een volledige set en een half jaar later een tweede eindversterker "578". Beide krachtpatsers vertoonden een identiek fenomeen: soms viel het vermogen voor 90% weg van één der kanalen... soms links, soms rechts.

De eerste versterker, die bij de volledige set hoorde, is - op enkele dagen na - een jaar in herstelling geweest bij een bekende firma in Hengelo/Nederland. Kosten? 250,-euro... Het toestel is op 1 augustus 2011 afgehaald en is even later op de installatie aangesloten maar... korte tijd later kreeg de versterker dezelfde ziekte terug en erger nog... Door een domme fout van mij tijdens het aansluiten van een microfoon met een te ver opengedraaide volumeknop en de oorverdovend fluitende terugkoppeling die daarop volgde, heb ik de rechter eindtrap in een oogwenk opgeblazen.

Dit was een erg domme en dure blunder!

Wanhopig surfend op het internet kreeg ik antwoord van Thomas Baur, de stichter van en de drijvende kracht achter MFB-freaks. Enkele dagen later lag de "578" tbij Thomas op de operatietafel. De ingreep was niet mis. Het zuiver maken en aanpassen van alle verbindingsklemmen, het vervangen van verouderde signaalcondensatoren, van de verkoolde weerstanden en de gemolesteerde eindtorren was geen sinecure. Het daarbijhorende opzoekwerk naar onderdelen ter vervanging van de door Philips destijds onleesbaar gemaakte typenummers was een tijdrovende bezigheid. Nadien bestellingen plaatsen bij firma's in Engeland en Amerika, het in elkaar solderen en als laatste werk het uitgebreid (één volledige week) proefdraaien om het gedrag van de versterker te observeren in zijn verschillende temperatuurstadia en met wisselende volumes. Dit telkens in samenspraak met mezelf om de hele zaak te optimaliseren en om niets aan het toeval over te laten. Ik wens Thomas Baur van harte proficiat voor het huzarenstukje dat hij hier liet zien, een knap staaltje vakwerk!

De reparatie is nu al een flinke tijd geleden en het toestel werkt nog steeds perfect.

Ik vermeld hier het e-mail-adres voor eventueel andere Philips vintage liefhebbers die neit weten waarheen met  hun nukkige apparatuur: thomas@mfbfreaks.com

De tweede "578", oorspronkelijk behorend tot een reeks van 4 stuks uit een voormalige dancing en steeds liefdevol onderhouden door de vader van de dancing-uitbater, werd gereviseerd door Jan V d C., eveneens een zeer bekwaam elektrotechnicus in de buurt van Eindhoven (die bovendien subliem koffie kan zetten). Hij bouwt als hobbyist onder meer enorme buizenversterkers met een weergaloze hifi-weergave in de letterlijke audiofiele zin van het woord. 't Is bij hem dat mijn tweede 22AH578 te koop stond een "spotprijsje" van 350,- euro. Je geeft  nu meestal +- 650,- euro (of meer) uit voor zo'n lastig te tillen loeder.

Ik heb al een verkoper ontmoet die zonder blozen 750,- euro claimde voor zijn  '578'...

Een oldtimer toont zijn familieziektes

Een zwakke plek in dit type versterker blijkt de schakeling te zijn die de eintrappen afsluit als er geen ingangssignaal binnenkomt. Philips heeft deze schakeling voorzien als absolute ruisonderdrukking bij een hoge uitsturing op momenten zonder inputsignaal. Heel knap bedacht natuurlijk maar het blijkt een kwetsbare schakeling te zijn. In deze configuratie is een FET-schakeling gebruikt die wel eens blijft "hangen" met het bekende resultaat. Dit is soms eenvoudig te verhelpen door de ingangspluggen even uit te trekken en ze terug in te steken of door de volumeknop eens flink open te draaien. De falende transistor "schrikt" dan meestal terug open. Dit kan natuurlijk ook meer omslachtig maar dan wel definitief opgelost worden door de FET alleen en/of de achterliggende IC te vervangen of het hele systeem gewoonweg te overbruggen.

Dit FET-falen kan een hele tijd verdwijnen en dan plots terug de kop opsteken. Net zoals bij de tandarts gaat het dan als je bij de elektrodokter bent. Als bij wonder is er niets meer mis en dan speelt die loebas de pannen van het dak. Een technicus zonder ervaring zoekt dan tot hij er de schele hoofdpijn van krijgt en vraagt dan geïrriteerd: "Wat is eigenlijk het probleem vriend"?

Deze versterker is voorzien van relaisschakelaars. Je hoort ze klikken direct na het aanzetten. Sommige dienen om circuits af te sluiten tijdens de aanzienlijke laadpieken (de huisverlichting zie je soms even dimmen bij het aanschakelen van deze ampli's). Deze "klikkers" durven na al die respectabele jaren wel eens rebelleren. Bij geregeld gebruik branden ze zichzelf schoon en verdwijnt het euvel vanzelf. Dit zijn de typische "karaktertrekjes" van de "578" waarvan je best op de hoogte bent als je een bokkig exemplaar in huis hebt. Als je de per kanaal aanwezige beveiligingscircuits "protection" en "hot" rekent, die eveneens relaisgeschakeld zijn bij overhitting en/of overbelasting, dan heb je al een heel arsenaal mogelijkheden waardoor een probleempje acuut kan opduiken of terug kan verdwijnen zonder dat het ook maar iets met de versterkingsunits zelf te maken heeft.

Dit tweede exemplaar had 10 jaar stil gestaan, maar functioneert momenteel gelukkig weer probleemloos.

Als volgende in de rij van mogelijk zwakke punten komen de vrij talrijke tiptoetsen van de voor- en de eindversterkerin het vizier. Er is in de Lab-reeks geen enkele mechanische druktoets toegepast met uitzondering van de masterschakelaar op de achterzijde van de drie toestellen (tuner, preamp, en amp.). Ik hoor je al hardop denken: "Die gadgets smeken om problemen". Ik moet dit corrigeren, want hier laat de uitstekende kwaliteit van deze schakelingen zich gelden. Ik heb op dit vlak nog geen enkel probleem vastgesteld.

Volgens Jan v.d. C. in Eindhoven en de technicus in Hengelo zijn "578's" lastige ploerten om aan te werken. Een degelijke praktijkervaring is nodig om deze geweldenaars te "opereren". Daarenboven worden klassiek opgeleide elektronici zoals Jan en Thomas met de dag schaarser. Men vervangt tegenwoordig liever hele printplaten in plaats van onderdelen zoals weerstanden, transistoren, elco's e.d. De eerste methode is heel wat simpeler dan de laatste... je moet dan ontwerpplans raadplegen, meten, rekenen, uiteenschroeven, solderen, hermonteren, testen... dit blijkt uit de 'mode'.

Slechs 400?

Sommigen beweren dat er meer dan 400 exemplaren van de "578" gebouwd zijn omdat ze nog geregeld opduiken op het web. Een mail die ik op 28/10/2019 van een collega-liefhebber ontving staaft deze stelling. Ik kreeg zijn toestemming om de mail  hierondere  te publiceren.   

Mooie site al veel eerder gezien maar blijft leuk om af en toe eens rond te neuzen .Ik las in het artikel over de lab serie en wat als ongeveer waarheid wordt aangenomen dat de productie aantallen 400 zouden zijn.  Nu ben ik sinds ik op 16 of 17 jarige leeftijd de lab serie in het Philips magazine zag staan al een grote bewonderaar van deze set. Uiteraard toen niet bereikbaar maar inmiddels al compleet voorzien met drie eindtrappen twee regelversterkers één tuner en natuurlijk het bijbehorende cassettedeck N5741. Nu was ik een aantal jaren geleden eens in Hasselt om een ander cassettedeck te kopen en kwam het gesprek op de 'Laboratories'. De man had zelf een zwarte set staan die hij had geërfd van een oom die in die tijd bij Philips werkte en regelmatig bij Magnavox kwam in Amerika. Daar had hij een zwarte set gekocht. Op mijn vraag over de productie aantallen en of daar iets meer over bekend was kon hij mij vertellen dat er een kleine preproductie is geweest, daarna zijn er inderdaad 400 complete sets gebouwd. Daarna zijn er, als er vraag naar was, nog een aantal losse delen gebouwd. Dus een kleine serie voor- of eindversterkers. Welke aantallen de voor- en na- productie zijn geweest is inderdaad niet bekend.  Maar in totaal zullen de aantallen dus wel hoger dan de aangenomen 400 zijn. Verder heb ik natuurlijk zoals zovelen nog van alles van Philips in huis.En tot slot heb ik ook de Facebook pagina: Philips Laboratories Series. Ook Thomas Bauer is hier natuurlijk lid van. \uD83D\uDE09 

Veel plezier met de hobby,

M.v.g Rogier B.


Hierboven de prachtige Lab-set opstelling van Rogier B. / NL.

Rogier B. / NL  was zo vriendelijk me een foto te sturen van zijn prachtige LAB-SET opstelling in een originele rack met +- 140 Kg aan elektronica aan boord! )  Overweldigend, zelfs zonder geluid!

Zo zij  we getuige van de mooiste hifi-set die ooiit werd geproduceerd!




                

"Een gebrekenvrije "578" kom je net zo vaak tegen als een roze olifant. Maar... wie zoekt, die vindt."

Een verwittigd man...

Ik zou, voor allen die kriebels voelen voor een "578" en zijn overige familie, toch een goede raad willen meegeven. Kijk uit als je er eentje op het oog hebt. Trek goed je oren en ogen open voor de balans tussen de twee kanalen. Beluister het toestel in warme en koude toestand. Open de bovenste dekplaat van de versterker en vergelijk grondig de onderdelen op de prints van de linkse en rechtse driver. Deze zijn perfect zichtbaar en ze zijn volledig symmetrisch opgebouwd. Ze zijn elkaars spiegelbeeld en rechtopstaand links en rechts op tegen de zijkanten van het chassis gemonteerd. Let op voor toestellen waaraan al heel wat "gesoldeerd" werd. Sommige technici weigeren er aan te beginnen als er teveel aan 'versleuteld' is. Ga slechts tot aankoop over als je zelf een zeer goed elektrotechnicus bent of er eentje kent die aan een redelijke prijs wil werken en die als liefhebber-hobbyist niet al zijn werkuren aanrekent en die heel wat geduld heeft. Maak voor de aankoop afspraken. In het andere geval, geef ik je een bescheiden raad: Laat het beest staan waar het staat, draai de figuurlijke knop om en stel je hersens af op een andere frequentie. Deze dingen hebben de pest aan ondeskundigheid! Hou ondanks alles toch rekening met een oplopend prijskaartje voor een reparatie. Dit tuig is vanaf nu bestemd voor vintage freaks pur sang. Dus ... let op: verliefdheid zet 's mans logisch denken soms op zero!

Luisterervaring:

Enfin... als aan alle vereisten is voldaan, of als het hart mag zegevieren over de logica, laat het "beest" dan los volgens de regels van de kunst: met fatsoenlijke kabels en dito luidsprekers, draai de volumeknoppen dicht, start de apparaten in de juiste volgorde, tip de gepaste fingertouch-schakelaars aan, draai de volumeknoppen gedisciplineerd open, zet je op de juiste plaats en laat je omverblazen door het ongeëvenaarde "HiFi International gevoel van de seventies" en last but not least: geniet van de indrukwekkende aanblik van de Lab-"tower" met zijn stabiele en discreet verlichte glorie die de LAB-set onmiskenbaar van zich afstraalt.

Een sublieme geluidskwaliteit golft op je af, anders, beter en natuurgetrouwer dan alle voorgaande Philips versterkers, compleet en indringend aanwezig, opengetrokken in alle registers. Aangesloten op "499's" barst er een weergaloze muzikaliteit en dynamiek uit de kasten die je alleen nog omschrijft met "WAW"... hoera, the good old days are back!!! Heel raar, maar sindsdien heb ik deze "big sound" nergens nog gehoord... tenzij in een goede live muziek voorstelling.

Dit is het echt geen toevalstreffer. Waarschijnlijk is het gewone logica: de absolute top van de Philips speaker-units van eind 60's is hier verenigd in de "499"-kast met de superieure versterker uit 1978 met meer dan 400 Watt aan dynamiek!

Kijk-ervaring

"Het oog wil ook wat" en smaken verschillen, doch de verschijning van een gestapelde volledige Lab-set is en blijft het summum van HiFi-design. Dat zullen freakgenoten eerlijkheidshalve moeten toegeven; In één woord imposant... bijná téveel van het goede!

Het prijskaartje en wat geschiedenis

De 22AH578 was, samen met zijn tuner en zijn voorversterker, in die tijd een erg dure uitspatting. Men telde aan de andere kant van de oceaan bijna 2500,- (toen nog dure) dollars neer voor een complete Lab-set (inclusief boxen en een platenspeler weliswaar). Is het interessant om even een idee te geven van de grootte van het bedrag in deze tijd?

Een Lab-set zou vandaag inclusief een stel boxen en een platenspeler, voor de "frank en de gulden-aanhangers" onder ons, een slordige 280 000,- Bef. of 15 550,- gulden en voor de euro-geadapteerden 7000,- euro gaan kosten. Even slikken, niet? Dit neigt erg naar de story van de speakers 22RH499 van +- 8 jaar eerder? Ook die zijn nu om dezelfde reden een zeldzaamheid.

Ook daarom wordt een nog goed funtionerende Lab-set op zijn beurt een nog grotere rariteit. Er werden niet zo erg veel "578's" geproduceerd. De verovering van de Amerikaanse markt flopte, de seventies waren geheid geen spetterende businessperiode met als oorzaak de eerste energiecrisis. Europa trilde nog na van de autoloze zondagen die de indruk moesten wekken dat men er iets aan het 'doen' was.

Marketing bleek in deze economisch moeilijke jaren (en ook later nog) de achileshiel van het Philipsconcern. Bij de brouwer Heineken lukte het wel: die stuurden zoonlief-opvolger tijdig naar Amerka om er marketing te studeren... De topreeksen van Philips werden nooit vakkundig in de schijnwerpers gezet. Philips liet zijn "neusje van de zalm" verzinken in de poel van haar overig massaal productaanbod.

De reeks van Philips' topproducten had alle capaciteiten in zich om het Philips-imago een welverdiende boost te geven. Maar... door het falend marketingbeleid verzonken ze onopgemerkt, onbekend, ondergewaardeerd... Het spreekwoord: "Goede wijn behoeft geen krans", bleek niet eeuwig van toepassing en niet overeen te stemmen met de moderne marketingmethoden!

Sansui, Kenwood, Sony, Pioneer, Akai, Technics en nog andere zeer bekende kapers op de kust hadden het belang van marketing en imago-building wel correct ingeschat en ze pasten het toe volgens de regels van de kunst. Philips rustte op haar lauweren en kreeg rake klappen te incasseren... die tot heden nog altijd nazinderen en die uiteindelijk mede tot de verkoop hebben geleid van het Philips consumentenelektronica onderdeel.

L' histoire se répète...

Op 2 juni 2016 heb ik mijn 3de Lab-set aangeschaft op zo´n 25 km van huis, van een man wiens vader de set aankocht in 1979. De set is compleet en optisch in nieuwe staat, krasvrij en clean als net uit de winkel met alle toeters en bellen: voorversterker, eindversterker, tuner, cassette-deck N5741, platenspeler AF977, inclusief het stereo-rack en met de bijhorende flinke boxen 22AH495. Alle apparatuur is authentiek volgens de destijds uitgegeven folders. Deze set (installatie 3) draait nu als complement van installatie 1 waaraan ook de  andere Lab-set uit installatie 2 gekoppeld is. Foto's van deze set vind je in de rubriek "PHILIPS NIEUWS UITGAVEN" in de map "FOTOALBUM".

Enkele gebreken doken kort na de aankomst al op: de midtoner van 1 box was gesneuveld (deze heb ik zelf gerepareerd met een originele vervangende driver), na een half uur fantastisch gespeeld te hebben brak een tandwieltje van het cassettedeck ( wat enkele dagen later al vakkundig en snel gerepareerd is door Thomas Baur van MFB-Freaks ) en ik heb zelf (een hele prestatie!) een lampje vervangen in de tuner en twee stuks in de voorversterker. Dit valt allemaal nog best mee. De ervaring heeft me geleerd dat het terug in gebruik nemen van oldtimers van dit kaliber zelden zonder slag of stoot verloopt...

Gelukkig zijn deze typische "kwaaltjes" te verhelpen. Aldus heb ik weerom contact opgenomen met mijn elektrodokter Thomas Baur. Hij was zo behulpzaam om me onmiddellijk een reparatiehandleiding te bezorgen voor de kapotte LS en voor het ter ziele gegaan tandwieltje van het cassettedeck. Overmoedig ben ik begonnen met het uitvoeren van de reparaties volgens Thomas' richtlijnen. Eens te meer werd duidelijk dat ik als hifi-techneut erg tekort schiet en, om erger te voorkomen, heb ik het werk aan de N7541 gestaakt. Bij zo´n opdracht heb ik steeds tot mijn ergernis een aantal schroeven en onderdeeltjes over, waarvoor ik dan geen plaatsje meer weet... Verder dan het vervangen van een lampje wil ik echt niet meer gaan!


                PHILIPS' LAB SET                    in  'BLACK EDITION'